Rijexamen voor het auto rijbewijs

 

Kan jij het rijexamen aanvragen? het antwoord is nee.

dit moet je door een rijschool die is aangesloten bij het CBR laten doen.

rijexamenneem hiervoor gerust contact op met rijschool Groenia.

wij begeleiden jou graag van A tot Z. van het begin tot aan je rijexamen.

Het rijexamen duurt ongeveer 55 minuten, dat is inclusief voor- en nagesprek. Je rijdt ongeveer 35 tot 40 minuten.
Voordat het rijexamen gaat beginnen zal de examinator nog een aantal zaken met je doornemen:
– Het controleren van uw geldige legitimatiebewijs.
– U dient, in het bijzijn van de examinator, het oproep formulier/eigenverklaring te ondertekenen;
– U zult een kenteken op 25 meter moeten kunnen lezen (de ogen test);
– De examinator controleert steekproefsgewijs samen met u de noodzakelijke verlichting van de lesauto;
– Bij of in de auto worden een aantal (technische) vragen gesteld;
 
Er wordt zelfstandig rijgedrag verwacht tijdens het rijexamen, dit houdt onder andere in:
– Je tijdens het rijexamen zelf op de verkeerstekens dient te letten;
– Je tijdens het rijexamen zelf op de tekens van andere weggebruikers dient te letten en indien nodig hierop te reageren;
– Jou wijze van rijden tijdens het rijexamen (binnen de verkeersregels) is aangepast aan het overige verkeer;
– Je, indien nodig, zelf beslist tijdens het rijexamen om in te halen.
 
Wanneer je geslaagd bent voor het rijexamen, kan jij jou rijbewijs aanvragen bij de gemeente waarin je
staat ingeschreven, dit moet binnen 6 maanden gebeuren.
Wat moet je meenemen?
  1. Identiteitsbewijs
  2. pinpas
  3. 2 recente pasfoto`s
Wat wordt er van je verwacht tijdens het rijexamen?
Je krijgt natuurlijk eerst een inleidend gesprek met de examinator die je uitlegt wat de bedoeling is van het rijexamen. Er zal in de rit op tijd aangegeven worden waar je naar toe moet rijden, maar er is ook een gedeelte van de rit, waarbij je een stuk zelfstandig moet kunnen rijden. Dit kan op navigatie zijn. Het kan ook zijn dat je naar een oriëntatiepunt moet rijden, bv een kerk of één of andere mast of ander hoog punt. Hierbij gaat het niet of dat je erkomt, maar men kijkt vooral hoe je omgaat met het overige verkeer wanneer je per ongeluk de verkeerde kant op zou rijden. Zorg dus dat je het overige verkeer niet hindert en dat je de voorrang goed in de gaten blijft houden!
Op het rijexamen wordt er van je verwacht dat je een veilige en verantwoordelijke rit kan rijden.
Hoe doe je dat?
Door nergens tegenaan of bijna tegenaan te rijden
Door op de borden (P.S.V.) te letten zodat je weet:
1. Op welke rijstrook je moet rijden (PIJLEN)
2. Hoe hard je mag (SNELHEID)
3. Wie je voor moet laten gaan? (VOORRANG)
Door je aan te passen aan de situatie op dat moment. Gebruik óók je eigen inzicht.
Wanneer de bediening van het voertuig voldoende is, dan ben je al goed op weg.
Zorg dus dat je op tijd klaar bent met het schakelen.
Wanneer je onderweg denkt “niets te doen te hebben” dan ben je steeds bezig met:
a) Alle kruispunten van links en rechts kijken.
b) Borden écht bewust zien en onthouden.
c) Regelmatig in de binnenspiegel kijken.
d) Aan het bedenken wat je in de komende situatie moet doen.
Tijdens de rit na een fout rustig blijven nadenken over wat er komen gaat.
Ze willen nl de goede acties van jou zien! Hoe jij je gedraagt in het verkeer als je met je rijbewijs zelfstandig in het verkeer rijdt.
Wanneer je de bijzondere verrichtingen nog moet doen: neem hier de tijd voor en let heel goed op het verkeer!
 
Bijzondere manoeuvres Autorijexamen CBR
Bijzondere manoeuvres – Bijzondere verrichtingen. Per 1 januari 2008 is het startschot gegeven voor de invoering
van de bijzondere manoeuvres, welke de bijzondere verrichtingen bij het examen – B bij het CBR hebben
vervangen. Hoewel de basisprincipes van de bijzondere verrichtingen als uitgangspunt voor je voertuigbeheersing
nog uitstekend van pas komen, zullen de accenten op een grotere keuzevrijheid en meer zelfstandigheid – bij de
uitvoering van je opdrachten- komen te liggen.
 
Zelfstandigheid
Jij als kandidaat geeft door de nieuwe wijze van examineren een nauwkeuriger beeld van je kunnen, inzicht en gedrag binnen het dagelijks verkeer. Feitelijk sluit de nieuwe wijze van examineren dus meer aan op de praktijk, waarin je – na het behalen van je rijbewijs – ook steeds adequaat en veilig moet reageren op steeds wisselende verkeerssituaties.
 
Welke opdrachten kun je verwachten op je rijexamen?
 
De Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken, een bocht achteruit, of een combinatie van deze 3. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
 
De Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.
 
De Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.
 
Van deze drie kiest de examinator er twee uit. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.
Waar houd je rekening mee!
 
Bewaar je rust, neem de tijd, kijk en handel goed en ken de regels;
– voor de uitvoering van je opdracht zoek je een veilige en logische plek, maak het jezelf niet te moeilijk;
– wees duidelijk naar het overige verkeer, geef indien nodig een signaal met richtingaanwijzer of alarmlichten;
– hinder zo weinig mogelijk verkeersstromen bij de uitvoering, blijf dus zo veel mogelijk op je eigen
weghelft;
– vermijd – met uitzondering van vakparkeren e.d.- achteruitrijden zo veel mogelijk. Achteruitrijden is het
minst veilig en het is lastiger om overzicht te behouden op het overige verkeer;
Lees onderstaande artikelen van het RVV (54 + 55) goed door en pas – dat wat beschreven is in deze artikelen – toe bij uitvoering van de manoeuvres. Het juist gebruik van de richtingaanwijzer geeft duidelijkheid en moet je als bestuurder toepassen.
 
RVV = Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens Artikel 54
Bestuurders, die een bijzondere manoeuvre willen uitvoeren, moeten het overige verkeer vóór laten gaan.
 
Bijzondere manoeuvres zijn:
 
    Wegrijden;
    Achteruit rijden;
    Van een uitrit de weg oprijden, of van een weg een inrit oprijden. (voorkeur verdient: de bestuurder die uit de uitrit komt, vóór laten gaan);
    De doorgaande rijbaan = autosnelweg via de invoegstrook oprijden en de doorgaande rijbaan via de uitrijstrook verlaten. (bij een gecombineerde invoeg- uitrijstrook verdient het de voorkeur degene die de doorgaande rijbaan = snelweg verlaat vóór te laten gaan; dit bevordert de doorstroming op de autosnelweg);
    Wisselen van rijstrook (daarom altijd goed over de schouder kijken en in de ‘dode hoek’);
    Keren (dit geldt dus ook bij de uitvoering van de bijzondere verrichting/manoeuvre).
 
RVV = Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens Artikel 55
 
Bestuurders van motorvoertuigen en (bromfietsen) moeten een teken met hun richtingaanwijzer (of arm) geven,
indien zij:
 
    Willen wegrijden (bij elke beginnende deelname aan het verkeer);
    Andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen;
    De doorgaande rijbaan of snelweg willen oprijden, of deze willen verlaten;
    Bij het wisselen van rijstrook;
    Bij alle belangrijke zijdelingse verplaatsingen (als indicatie: iedere inhaalmanoeuvre, méér dan de breedte van een fietser).
Denk er ook aan dat het uitstappen ook bij het examen hoort. KIJK goed om je heen voordat je uitstapt.
 
 
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *